Gezamenlijke nieuwsflits | nr. 9 - Juni 2009 |
| |
In februari 2009 meldden wij u al dat mevrouw mr. C.L. de Vries Lentsch-Kostense, plaatsvervangend procureur generaal bij de Hoge Raad, een advies aan de Hoge Raad had uitgebracht in drie effectenlease-zaken en waarover de Hoge Raad naar verwachting op 5 juni 2009 uitspraak zou doen.
Die uitspraak heeft de Hoge Raad nu ook op 5 juni 2009 gedaan over deze drie in Hoger Beroep lopende zaken van de respectievelijke aanbieders van een effectenleaseproduct van Dexia, Levob en Aegon.
Wat zei mr. Detmer Beukenhorst (vicepresident Hoge Raad) bij de opening van de zitting toen hij in het kort de motivatie van de Hoge Raad weergaf?
"Wanneer schending plaats vindt van deze zorgplicht, dan brengt dat mee dat de aanbieder van het effectenleaseproduct de schade moet vergoeden. De schade die vergoed moet worden zal in het algemeen bestaan uit de restschuld èn de reeds betaalde rente en aflossing. Maar de aanbieder zal in beginsel niet alle schade hoeven te vergoeden, ook de afnemer wist of moest weten dat met geleend geld werd belegd."
Voor Payback is het een duidelijke zaak: De totale schade van een effectenleaseproduct omvat niet alleen de ontstane restschuld, maar ook de betaalde inleg. Rente en aflossing maken wel degelijk deel uit van de totale schade.
Dit is duidelijk in tegenstelling tot de destijds met Dexia overeengekomen Duisenberg Regeling want die regeling ging alleen maar over de restschuld. De betaalde inleg bleef bij toepassing van de Duisenberg Regeling VOLLEDIG buiten beschouwing.
Dat is nu met de uitspraak van de Hoge Raad duidelijk anders geworden!
Zeer vreemd en opmerkelijk is dan ook de reactie van bestuursvoorzitter B. Knüppe van Dexia Bank Nederland. Hij zegt dat de uitspraak van de Hoge Raad zich richt op het gebied van de restschuld. Letterlijk zei hij in zijn reactie naar RTL-Z toe:
"Wat dat betreft ben ik eigenlijk blij dat alsnog zonder dat de naam genoemd wordt, de Duisenberg Regeling toch staat omdat hoofdregel is dat de schadeverdeling zich moet afspelen op het gebied van de restschuld die aan het einde van het contract zou kunnen ontstaan. Hoeveel daarvan moet de afnemer toch nog betalen en hoeveel daarvan moet de aanbieder van die producten voor zijn rekening nemen. En dat alleen in uitzonderlijke omstandigheden ook nog eens gekeken kan worden in hoeverre er iets moet gebeuren aan de termijnen die de cliënt betaald heeft door de jaren heen, of er ook niet reden is om daar een deel van te restitueren. Maar dat wordt echt als een uitzondering bezien."
Payback is de mening toegedaan, dat de bestuursvoorzitter niet goed naar de vicepresident van de Hoge Raad heeft geluisterd of dat maar met een half oor heeft gedaan en er toen maar zijn eigen interpretatie aan heeft gegeven. De zaken liggen nu toch echt wel anders!!!
In het kort: Hoe luidt de uitspraak van de Hoge Raad?
De kern van de beslissing in de drie zaken is dat op de aanbieder van een effectenleaseproduct een bijzondere zorgplicht rust om bij het aangaan van de overeenkomst indringend te waarschuwen voor de financiële risico\\'s, vooral het restschuldrisico. Deze brengt mee dat de afnemer in duidelijke en niet mis te verstane bewoordingen moet worden geïnformeerd over het aan de overeenkomst verbonden restschuldrisico bij tussentijdse beëindiging.
Ook moet de aanbieder onderzoek doen naar de financiële draagkracht van de afnemer.
De Hoge Raad bevestigt de beslissing van de gerechtshoven dat Dexia, Levob en Aegon in deze gevallen zijn tekortgeschoten in die bijzondere zorgplicht.
Die bijzondere zorgplicht hangt samen met de risicovolle aard van het effectenleaseproduct dat aan een breed publiek is aangeboden. Deze zorgplicht is niet afhankelijk van de bijzondere omstandigheden van de individuele particuliere afnemer.
De verplichting de afnemer indringend te waarschuwen voor het restschuldrisico strekt ertoe de afnemer te waarschuwen tegen het lichtvaardig op zich nemen van onnodige risico\\'s.
Als de financiële positie van de afnemer destijds niet voldoende was om naar redelijke verwachting aan de betalingsverplichtingen uit de overeenkomst te voldoen, had de aanbieder moeten adviseren de overeenkomst niet aan te gaan.
Deze zorgplicht gaat meestal niet zo ver dat de aanbieder verplicht kan zijn te weigeren de overeenkomst met een bepaalde afnemer te sluiten.
Schadevergoeding
Schending van deze zorgplichten brengt mee dat de aanbieder van het effectenleaseproduct de schade moet vergoeden. De schade die vergoed moet worden zal in het algemeen bestaan uit de restschuld èn de reeds betaalde rente en aflossing. Maar de aanbieder zal in beginsel niet alle schade hoeven te vergoeden. Ook de afnemer wist of moest weten dat met geleend geld werd belegd en dat over de geldlening rente moest worden betaald en dat het geleende geld moest worden terugbetaald, ongeacht de waarde van de effecten bij verkoop. Daarom zal de afnemer een deel van de schade zelf moeten dragen.
Van de restschuld zal steeds een deel voor rekening van de afnemer kunnen worden gelaten. Als de draagkracht van de afnemer destijds toereikend was om aan zijn betalingsverplichtingen uit de overeenkomst te voldoen, zullen de rente en aflossing in beginsel geheel voor rekening van de afnemer blijven. Als bij onderzoek door de aanbieder zou zijn gebleken dat de afnemer redelijkerwijs niet aan zijn betalingsverplichtingen zou hebben kunnen voldoen, zal een deel van de rente en aflossing voor zijn rekening komen.
Dit is een samenvatting van de drie uitspraken van de Hoge Raad van 5 juni 2009. Bij verschil tussen deze samenvatting en de volledige uitspraak is laatstgenoemde bindend.
De onderbouwing van de uitspraak
De Hoge Raad heeft zich dus duidelijk uitgesproken over de eerdere vonnissen van de gerechtshoven die de zaken van Dexia-Bank, Levob en Aegon in behandeling hadden. Die drie uitspraken (vonnissen) kwamen in het kort hierop neer:
- In de zaak tegen de Dexia-Bank heeft het hof Arnhem op 1 april 2008 (zie LJN BC9484) en 15 juli 2008 beslist dat Dexia aansprakelijk is voor 80% van de restschuld van de afnemer.
Volgens het hof behoeft Dexia de reeds betaalde rente en aflossing niet te vergoeden. Het hof besliste dat Dexia is tekortgeschoten in haar bijzondere zorgplicht om de consument uitdrukkelijk en in niet mis te verstane woorden te waarschuwen voor het risico van een restschuld en dat Dexia ook heeft verzuimd om inlichtingen in te winnen over zijn financiële positie. Dexia hoeft niet de hele restschuld te vergoeden, omdat ook de afnemer zelf nalatig is gebleven, namelijk om zich voldoende op de hoogte te stellen van de gevolgen van de overeenkomst.
Het hof heeft daarnaast geoordeeld dat de afnemer zich niet op dwaling kan beroepen, dat er geen sprake was van misleidende reclame en dat de "KoersExtra"-overeenkomst niet in strijd is met de Wet op het consumentenkrediet of het Besluit toezicht effectenverkeer.
- In de Levob-zaak heeft het hof Amsterdam op 24 mei 2007 (zie LJN BA5684) beslist dat Levob aansprakelijk is voor 60% van de restschuld èn de reeds betaalde rente en aflossing.
Het hof heeft geoordeeld dat Levob is tekortgeschoten in haar bijzondere zorgplicht om de consument uitdrukkelijk en in niet mis te verstane woorden te waarschuwen voor het risico van een restschuld en dat Levob ook heeft verzuimd om inlichtingen in te winnen over zijn financiële positie. Levob hoeft niet alle schade te vergoeden, omdat ook de afnemer zelf moest weten dat met geleend geld werd belegd en hij rente en aflossing moest betalen.
Het hof heeft daarnaast geoordeeld dat de afnemer zich niet op dwaling kan beroepen.
- In het geding dat de Stichting Gedupeerden Spaarconstructie (GeSp) had aangespannen tegen Aegon heeft het hof Amsterdam op 15 november 2007 (zie LJN BB7971) beslist dat Aegon in haar bijzondere zorgplicht tegenover deelnemers aan het "Sprintplan" is tekortgeschoten. Aegon had de deelnemers uitdrukkelijk en in niet mis te verstane woorden moeten waarschuwen voor het risico van een restschuld bij tussentijdse beëindiging en had inlichtingen moeten inwinnen over de financiële positie van de consument. Daarom is Aegon aansprakelijk voor schade die de deelnemers hebben geleden. In deze collectieve actie gaat het nog niet om een veroordeling tot schadevergoeding van individuele deelnemers, maar alleen om de kwestie òf Aegon aansprakelijk is.
Het hof heeft verder beslist dat de "Sprintplan"-overeenkomsten niet in strijd zijn met het Besluit toezicht effectenverkeer of de Wet op het consumentenkrediet en dat Aegon voor het "Sprintplan" geen misleidende reclame heeft gemaakt.
Uitspraak van de Hoge Raad (gebaseerd op de eerdere uitspraken van de gerechtshoven)
Het gaat in deze drie zaken om verschillende typen effectenlease-overeenkomsten die gemeen hebben dat met geleend geld in effecten wordt belegd. Over de lening moet rente en aflossing worden betaald. Met een relatief kleine periodieke inleg (rente en aflossing) wordt een relatief grote aandelenportefeuille aangeschaft, waarmee een relatief groot positief of negatief rendement kan worden behaald (het ‘hefboomeffect\\').
Bij De KoersExtra-overeenkomst van Dexia is sprake van een aflossingsproduct, waarbij de afnemer de geldlening periodiek aflost en aan het einde van de looptijd een koerswinst of koersverlies op de totale waarde van de aandelenportefeuille resteert. Bij dit product kan een restschuld overblijven, bijvoorbeeld als de overeenkomst voortijdig is beëindigd (en de resterende verplichtingen tegenover de geldgever de waarde van de portefeuille overtreffen).
Bij Het Levob Hefboomeffect wordt met het krediet in AEX-fondsen belegd. Gedurende de looptijd moet maandelijks rente worden betaald, maar wordt niet periodiek afgelost. De aflossing vindt aan het einde van de looptijd plaats, voor zover mogelijk uit de opbrengst van de te verkopen effecten. Is die opbrengst niet toereikend, dan resteert een restschuld die de afnemer moet voldoen.
Bij de Sprintplanovereenkomst van Aegon wordt met het geleende bedrag in (deelnemingsrechten in) een beleggingsfonds belegd. Over het krediet moet maandelijks rente worden betaald. Aan het einde van de looptijd moet het kredietbedrag in zijn geheel aan Aegon worden terugbetaald. Aegon garandeert tot op zekere hoogte dat de verkoopopbrengst van de deelnemingsrechten toereikend zou zijn. Een eventueel tekort moet de deelnemer aanvullen. Bij tussentijdse beëindiging kan enige restschuld ontstaan.
In deze drie zaken heeft de Hoge Raad een aantal algemene beslissingen gegeven die voor verschillende soorten effectenlease-overeenkomsten van belang kunnen zijn.
Dwaling
In de Dexia-zaak en de Levob-zaak heeft de afnemer van het effectenleaseproduct een beroep gedaan op dwaling. Dat kwam erop neer dat de particuliere belegger zich niet heeft gerealiseerd dat een lening werd aangegaan en dat er restschuldrisico\\'s aan de overeenkomst kleefden.
De gerechtshoven hebben dat beroep op dwaling verworpen.
De Hoge Raad deelt dat oordeel. Het was voor de afnemers voldoende duidelijk dat een lening werd aangegaan, dat met het geleende geld voor risico van de afnemer werd belegd in effecten en dat het krediet met rente moest worden terugbetaald, ongeacht de waarde van de effecten bij het einde van de looptijd. Op essentiële punten was de afnemer door Dexia of Levob niet verkeerd ingelicht over de financiële risico\\'s.
De overeenkomst blijft dus in stand. Maar dat betekent niet dat op de aanbieder van zo\\'n effectenlease-product niet een bijzondere zorgplicht rust, zoals hierna wordt vermeld.
Misleidende reclame
In de Dexia-zaak en in de Aegon-zaak is aangevoerd dat de voor de producten gemaakte reclame misleidend was. De gerechtshoven hebben geoordeeld dat de brochures in deze zaken niet misleidend waren voor de gemiddeld geïnformeerde oplettende gewone consument, wat hier de wettelijke maatstaf is.
De Hoge Raad laat dat oordeel in stand.
Wet op het consumentenkrediet en het Besluit toezicht effectenverkeer
In de Aegon-zaak en in de Dexia-zaak is aangevoerd dat de effectenlease-overeenkomsten niet geldig zijn wegens strijd met de Wet op het consumentenkrediet of het Besluit toezicht effectenverkeer.
De Hoge Raad deelt het oordeel van de gerechtshoven dat dit niet het geval is.
Bijzondere zorgplicht
Kernpunt in alle drie zaken is de kwestie of op de aanbieder van een effectenleaseproduct een bijzondere zorgplicht rust om bij het aangaan van de overeenkomst indringend te waarschuwen voor de financiële risico\\'s, vooral het restschuldrisico.
De gerechtshoven hebben geoordeeld dat op de aanbieder van een effectenleaseproduct een bijzondere zorgplicht rust die meebrengt dat de afnemer in duidelijke en niet mis te verstane bewoordingen moet worden geïnformeerd over het aan de overeenkomst verbonden restschuldrisico bij tussentijdse beëindiging. De aanbieder moet ook onderzoek doen naar de financiële draagkracht van de afnemer. De hoven hebben beslist dat Dexia, Levob en Aegon in deze gevallen zijn tekortgeschoten in die bijzondere zorgplicht.
De Hoge Raad is het daarmee eens.
Die bijzondere zorgplicht hangt samen met de risicovolle aard van het effectenleaseproduct dat aan een breed publiek is aangeboden. Deze zorgplicht is niet afhankelijk van de bijzondere omstandigheden van de individuele particuliere afnemer. De verplichting de afnemer indringend te waarschuwen voor het restschuldrisico strekt ertoe de afnemer te waarschuwen tegen het lichtvaardig op zich nemen van onnodige risico\\'s.
Als de financiële positie van de afnemer destijds niet voldoende was om naar redelijke verwachting aan de betalingsverplichtingen uit de overeenkomst te voldoen, had de aanbieder moeten adviseren de overeenkomst niet aan te gaan. Deze zorgplicht gaat meestal niet zo ver dat de aanbieder verplicht kan zijn te weigeren de overeenkomst met een bepaalde afnemer te sluiten.
Schadevergoeding
In de Levob-zaak heeft het hof beslist dat Levob 60% van de restschuld èn de rente en aflossing moet vergoeden en dat 40% van de schade voor rekening van de afnemer blijft. Dat hangt samen met de constatering van het hof in die zaak dat Levob is tekortgeschoten in de verplichting om onderzoek te doen naar de financiële positie van de afnemer en dat de overeenkomst destijds een onevenredig zware last voor de afnemer vormde. In andere geschillen over effectenlease-overeenkomsten waarin de financiële positie van de particuliere afnemer gelijksoortig is aan die in de Levob-zaak, kan eenzelfde 60-40-verdeling worden aangehouden.
Beslissingen
In de Levob-zaak en de Aegon-zaak worden de cassatieberoepen verworpen. De uitspraken van het hof Amsterdam blijven in stand. Die uitspraken zijn dus definitief.
In de Dexia-zaak slaagt het cassatieberoep van de afnemer op enkele punten, omdat het hof Arnhem niet had onderzocht of de afnemer ook (een deel van) de rente en aflossing vergoed moet krijgen. Daarom wordt deze uitspraak vernietigd en wordt de zaak verwezen naar het hof Amsterdam. Het hof Amsterdam moet die punten opnieuw behandelen.
Payback is van mening dat deze Dexia-zaak, die door het hof Amsterdam opnieuw in behandeling genomen moet worden, ook dezelfde uitkomst zal gaan krijgen als de nu door de Hoge Raad bekrachtigde vonnissen van de Levob- en Aegon-zaak.
Gedupeerden met een Sprintplan willen wij nogmaals wijzen op het aanbod dat de vereniging Payback en Stichting Spirit hebben gedaan. Alle deelnemers die bij Stichting Spirit zijn aangesloten kunnen tegen een zeer laag tarief een individuele procedure aanspannen, waarbij de kans van slagen door het huidige advies van de plaatsvervangend procureur generaal aan de Hoge Raad zeer groot is.
Voor bij Consument & Geldzaken en de Stichting GeSp aangesloten leden met een Sprintplan heeft Payback met Beursklacht een afspraak gemaakt dat zij zich kunnen aanmelden met de kortingscondities van Payback. Dit houdt in:
Voor deze aanmelding is een speciale prijs door Payback met Beursklacht overeengekomen: In plaats van € 775,- nu voor € 440,- all in.
Een voorwaarde is wel dat u binnen een termijn van 5 jaar na de totstandkoming van de overeenkomst een stuitingbrief heeft verstuurd. Mocht u tevens een beroep willen doen op het eegaverweer dan dient de niet-ondertekende partner binnen een termijn van 3 jaar een eega-vernietigingsbrief naar de aanbieder van de effectenleaseovereenkomst te hebben verzonden.
Indien u lid van Payback bent èn u bent aangesloten bij GeSp en of C&G voor het Sprintplan en of Groeivermogen dan krijgt u de reguliere ledenkorting van € 20,- en als extra korting draagt de vereniging Payback € 20,- bij voor de aanleg van uw dossier.
Als Payback-lid kunt u voor € 400,- een individuele procedure voor uw Sprintplan en/of Groeivermogen laten voeren.
Via deze webpagina kunt u zich aanmelden voor de individuele Sprintplan en/of Groeivermogen procedure klik hier
Met vriendelijke groet,
Vereniging Payback & Beursklacht
Woensdag 5 september 2007 - Haarlem
Eerste vonnissen inzake collectieve procedure jegens Aegon bekend
Onlangs heeft Beursklacht de eerste uitspraken van de Sector Kanton van de Rechtbank Leeuwarden mogen ontvangen inzake een collectieve procedure die Beursklacht namens gedupeerden voert jegens Aegon Financiële Diensten BV. De gevallen zijn individueel behandeld. Iedere eiser ontvangt hierdoor afzonderlijk een eigen vonnis.
Tot nu toe is uitspraak gedaan met betrekking tot enkele gevallen waarbij sprake was van het zgn. Eega Leaseverweer. Met betrekking tot deze gevallen heeft de rechter geoordeeld dat de overeenkomsten geldig (en tijdig) waren vernietigd door de echtgeno(o)t(e) cq. geregistreerde partner. Uiteraard is Beursklacht verheugd met het feit dat de procedures tot een voor haar klanten gewenst resultaat hebben geleid.
Als gevolg van de vernietiging van de overeenkomst(en) dient Aegon Financiële Diensten BV de door de gedupeerden betaalde inleg terug te betalen; eveneens bestaat geen restschuld vanwege de vernietiging. Wettelijke rente dient Aegon ook te betalen aan gedupeerden over de betaalde inleg; wettelijke rente dient te worden betaald vanaf het moment waarop de overeenkomst is vernietigd.
De volgende reeks vonnissen verwacht Beursklacht dus tussen nu en 30 november 2007. Klanten in wiens geval uitspraak is gedaan worden zo spoedig mogelijk door Beursklacht op de hoogte gesteld. Degenen in wiens geval reeds uitspraak is gedaan worden omtrent de verdere afwikkeling van de procedure nader geïnformeerd.