Mijn Beursklacht Tarieven Mededelingen Laatste nieuws Vacatures Contact  
      Waarom Beursklacht?
      Hoe werkt Beursklacht?
      Wie zijn we?
      Privacy Statement
      Algemene Voorwaarden
      Jurisprudentie
      Nieuwsarchief
      Videoarchief
      Beursklacht in de media
      Nieuwsbrief
      Links
      Aanmelden
Mededelingen

Op zaterdag, 31 oktober 2009 organiseert de vereniging Payback een grote informatiemiddag voor gedupeerden van de DSB-bank. Aan deze informatiemiddag werken mee

-

persvoorlichter vereniging Payback

De heer R. Huijboom

-

Vereniging van Bankrekeninghouders

mr. J.D. Bakker

-

Vereniging van Bankrekeninghouders

mr. R.A.U. Juchter van Bergen Quast

-

Fides Advocaten

mr. P.A. Aan De Kerk

-

Beursklacht

 

Bovenstaande heren zijn tevens spreker.

Tijdens de bijeenkomst zal onder meer antwoord worden gegeven op vragen zoals:

  1. Hoe en waar kan ik mijn schadeclaim indienen?
  2. Consequenties als de portefeuilles worden overgenomen door een andere bank

Wat zijn de gevolgen voor mijn overeenkomst

  1. Achtergesteld deposito
  2. Holland Welvaren aandelenlease
  3. Hypotheek
  4. Koopsompolis en kapitaalverzekering e.a.

Gedurende de middag, die om 14.00 uur begint, ontvangt u informatie en achtergrond-informatie van verschillende sprekers. Tussentijds is er gelegenheid tot het stellen van vragen.

De bijeenkomst vindt plaats in het

AC Restaurant en Zalencentrum “De Meern”

AC “De Meern” is gelegen langs de A12, afslag De Meern, adres: Meerndijk 59,
3454 HP De Meern.
De informatiebijeenkomst duurt ongeveer van 14.00 uur tot 17.00 uur. De zaal is open vanaf 13.30 uur.

Graag tot zaterdag 31 oktober 2009.

  

Gezamenlijke nieuwsflits

nr. 9 - Juni 2009

 

 

 

In februari 2009 meldden wij u al dat mevrouw mr. C.L. de Vries Lentsch-Kostense,  plaatsvervangend procureur generaal bij de Hoge Raad, een advies aan de Hoge Raad had uitgebracht in drie effectenlease-zaken en waarover de Hoge Raad naar verwachting op 5 juni 2009 uitspraak zou doen.

Die uitspraak heeft de Hoge Raad nu ook op 5 juni 2009 gedaan over deze drie in Hoger Beroep lopende zaken van de respectievelijke aanbieders van een effectenleaseproduct van Dexia, Levob en Aegon.

Wat zei mr. Detmer Beukenhorst (vicepresident Hoge Raad) bij de opening van de zitting toen hij in het kort de motivatie van de Hoge Raad weergaf?

"Wanneer schending plaats vindt van deze zorgplicht, dan brengt dat mee dat de aanbieder van het effectenleaseproduct de schade moet vergoeden. De schade die vergoed moet worden zal in het algemeen bestaan uit de restschuld èn de reeds betaalde rente en aflossing. Maar de aanbieder zal in beginsel niet alle schade hoeven te vergoeden, ook de afnemer wist of moest weten dat met geleend geld werd belegd."

Voor Payback is het een duidelijke zaak: De totale schade van een effectenleaseproduct omvat niet alleen de ontstane restschuld, maar ook de betaalde inleg. Rente en aflossing maken wel degelijk deel uit van de totale schade.

Dit is duidelijk in tegenstelling tot de destijds met Dexia overeengekomen Duisenberg Regeling want die regeling ging alleen maar over de restschuld. De betaalde inleg bleef bij toepassing van de Duisenberg Regeling VOLLEDIG buiten beschouwing.

Dat is nu met de uitspraak van de Hoge Raad duidelijk anders geworden!

Zeer vreemd en opmerkelijk is dan ook de reactie van bestuursvoorzitter B. Knüppe van Dexia Bank Nederland. Hij zegt dat de uitspraak van de Hoge Raad zich richt op het gebied van de restschuld. Letterlijk zei hij in zijn reactie naar RTL-Z toe:

"Wat dat betreft ben ik eigenlijk blij dat alsnog zonder dat de naam genoemd wordt, de Duisenberg Regeling toch staat omdat hoofdregel is dat de schadeverdeling zich moet afspelen op het gebied van de restschuld die aan het einde van het contract zou kunnen ontstaan. Hoeveel daarvan moet de afnemer toch nog betalen en hoeveel daarvan moet de aanbieder van die producten voor zijn rekening nemen. En dat alleen in uitzonderlijke omstandigheden ook nog eens gekeken kan worden in hoeverre er iets moet gebeuren aan de termijnen die de cliënt betaald heeft door de jaren heen, of er ook niet reden is om daar een deel van te restitueren. Maar dat wordt echt als een uitzondering bezien."

Payback is de mening toegedaan, dat de bestuursvoorzitter niet goed naar de vicepresident van de Hoge Raad heeft geluisterd of dat maar met een half oor heeft gedaan en er toen maar zijn eigen interpretatie aan heeft gegeven. De zaken liggen nu toch echt wel anders!!!

In het kort: Hoe luidt de uitspraak van de Hoge Raad?

De kern van de beslissing in de drie zaken is dat op de aanbieder van een effectenleaseproduct een bijzondere zorgplicht rust om bij het aangaan van de overeenkomst indringend te waarschuwen voor de financiële risico\\'s, vooral het restschuldrisico. Deze brengt mee dat de afnemer in duidelijke en niet mis te verstane bewoordingen moet worden geïnformeerd over het aan de overeenkomst verbonden restschuldrisico bij tussentijdse beëindiging.
Ook moet de aanbieder onderzoek doen naar de financiële draagkracht van de afnemer.

De Hoge Raad bevestigt de beslissing van de gerechtshoven dat Dexia, Levob en Aegon in deze gevallen zijn tekortgeschoten in die bijzondere zorgplicht.
Die bijzondere zorgplicht hangt samen met de risicovolle aard van het effectenleaseproduct dat aan een breed publiek is aangeboden. Deze zorgplicht is niet afhankelijk van de bijzondere omstandigheden van de individuele particuliere afnemer.

De verplichting de afnemer indringend te waarschuwen voor het restschuldrisico strekt ertoe de afnemer te waarschuwen tegen het lichtvaardig op zich nemen van onnodige risico\\'s.
Als de financiële positie van de afnemer destijds niet voldoende was om naar redelijke verwachting aan de betalingsverplichtingen uit de overeenkomst te voldoen, had de aanbieder moeten adviseren de overeenkomst niet aan te gaan.

Deze zorgplicht gaat meestal niet zo ver dat de aanbieder verplicht kan zijn te weigeren de overeenkomst met een bepaalde afnemer te sluiten.

Schadevergoeding

Schending van deze zorgplichten brengt mee dat de aanbieder van het effectenleaseproduct de schade moet vergoeden. De schade die vergoed moet worden zal in het algemeen bestaan uit de restschuld èn de reeds betaalde rente en aflossing. Maar de aanbieder zal in beginsel niet alle schade hoeven te vergoeden. Ook de afnemer wist of moest weten dat met geleend geld werd belegd en dat over de geldlening rente moest worden betaald en dat het geleende geld moest worden terugbetaald, ongeacht de waarde van de effecten bij verkoop. Daarom zal de afnemer een deel van de schade zelf moeten dragen.


Van de restschuld zal steeds een deel voor rekening van de afnemer kunnen worden gelaten. Als de draagkracht van de afnemer destijds toereikend was om aan zijn betalingsverplichtingen uit de overeenkomst te voldoen, zullen de rente en aflossing in beginsel geheel voor rekening van de afnemer blijven. Als bij onderzoek door de aanbieder zou zijn gebleken dat de afnemer redelijkerwijs niet aan zijn betalingsverplichtingen zou hebben kunnen voldoen, zal een deel van de rente en aflossing voor zijn rekening komen.

Dit is een samenvatting van de drie uitspraken van de Hoge Raad van 5 juni 2009. Bij verschil tussen deze samenvatting en de volledige uitspraak is laatstgenoemde bindend.

De onderbouwing van de uitspraak

De Hoge Raad heeft zich dus duidelijk uitgesproken over de eerdere vonnissen van de gerechtshoven die de zaken van Dexia-Bank, Levob en Aegon in behandeling hadden. Die drie uitspraken (vonnissen) kwamen in het kort hierop neer:

- In de zaak tegen de Dexia-Bank heeft het hof Arnhem op 1 april 2008 (zie LJN BC9484) en 15 juli 2008 beslist dat Dexia aansprakelijk is voor 80% van de restschuld van de afnemer.
Volgens het hof behoeft Dexia de reeds betaalde rente en aflossing niet te vergoeden. Het hof besliste dat Dexia is tekortgeschoten in haar bijzondere zorgplicht om de consument uitdrukkelijk en in niet mis te verstane woorden te waarschuwen voor het risico van een restschuld en dat Dexia ook heeft verzuimd om inlichtingen in te winnen over zijn financiële positie. Dexia hoeft niet de hele restschuld te vergoeden, omdat ook de afnemer zelf nalatig is gebleven, namelijk om zich voldoende op de hoogte te stellen van de gevolgen van de overeenkomst.
Het hof heeft daarnaast geoordeeld dat de afnemer zich niet op dwaling kan beroepen, dat er geen sprake was van misleidende reclame en dat de "KoersExtra"-overeenkomst niet in strijd is met de Wet op het consumentenkrediet of het Besluit toezicht effectenverkeer.

- In de Levob-zaak heeft het hof Amsterdam op 24 mei 2007 (zie LJN BA5684) beslist dat Levob aansprakelijk is voor 60% van de restschuld èn de reeds betaalde rente en aflossing.
Het hof heeft geoordeeld dat Levob is tekortgeschoten in haar bijzondere zorgplicht om de consument uitdrukkelijk en in niet mis te verstane woorden te waarschuwen voor het risico van een restschuld en dat Levob ook heeft verzuimd om inlichtingen in te winnen over zijn financiële positie. Levob hoeft niet alle schade te vergoeden, omdat ook de afnemer zelf moest weten dat met geleend geld werd belegd en hij rente en aflossing moest betalen.
Het hof heeft daarnaast geoordeeld dat de afnemer zich niet op dwaling kan beroepen.

- In het geding dat de Stichting Gedupeerden Spaarconstructie (GeSp) had aangespannen tegen Aegon heeft het hof Amsterdam op 15 november 2007 (zie LJN BB7971) beslist dat Aegon in haar bijzondere zorgplicht tegenover deelnemers aan het "Sprintplan" is tekortgeschoten. Aegon had de deelnemers uitdrukkelijk en in niet mis te verstane woorden moeten waarschuwen voor het risico van een restschuld bij tussentijdse beëindiging en had inlichtingen moeten inwinnen over de financiële positie van de consument. Daarom is Aegon aansprakelijk voor schade die de deelnemers hebben geleden. In deze collectieve actie gaat het nog niet om een veroordeling tot schadevergoeding van individuele deelnemers, maar alleen om de kwestie òf Aegon aansprakelijk is.

Het hof heeft verder beslist dat de "Sprintplan"-overeenkomsten niet in strijd zijn met het Besluit toezicht effectenverkeer of de Wet op het consumentenkrediet en dat Aegon voor het "Sprintplan" geen misleidende reclame heeft gemaakt.

Uitspraak van de Hoge Raad (gebaseerd op de eerdere uitspraken van de gerechtshoven)

Het gaat in deze drie zaken om verschillende typen effectenlease-overeenkomsten die gemeen hebben dat met geleend geld in effecten wordt belegd. Over de lening moet rente en aflossing worden betaald. Met een relatief kleine periodieke inleg (rente en aflossing) wordt een relatief grote aandelenportefeuille aangeschaft, waarmee een relatief groot positief of negatief rendement kan worden behaald (het ‘hefboomeffect\\').

Bij De KoersExtra-overeenkomst van Dexia is sprake van een aflossingsproduct, waarbij de afnemer de geldlening periodiek aflost en aan het einde van de looptijd een koerswinst of koersverlies op de totale waarde van de aandelenportefeuille resteert. Bij dit product kan een restschuld overblijven, bijvoorbeeld als de overeenkomst voortijdig is beëindigd (en de resterende verplichtingen tegenover de geldgever de waarde van de portefeuille overtreffen).

Bij Het Levob Hefboomeffect wordt met het krediet in AEX-fondsen belegd. Gedurende de looptijd moet maandelijks rente worden betaald, maar wordt niet periodiek afgelost. De aflossing vindt aan het einde van de looptijd plaats, voor zover mogelijk uit de opbrengst van de te verkopen effecten. Is die opbrengst niet toereikend, dan resteert een restschuld die de afnemer moet voldoen.

Bij de Sprintplanovereenkomst van Aegon wordt met het geleende bedrag in (deelnemingsrechten in) een beleggingsfonds belegd. Over het krediet moet maandelijks rente worden betaald. Aan het einde van de looptijd moet het kredietbedrag in zijn geheel aan Aegon worden terugbetaald. Aegon garandeert tot op zekere hoogte dat de verkoopopbrengst van de deelnemingsrechten toereikend zou zijn. Een eventueel tekort moet de deelnemer aanvullen. Bij tussentijdse beëindiging kan enige restschuld ontstaan.

In deze drie zaken heeft de Hoge Raad een aantal algemene beslissingen gegeven die voor verschillende soorten effectenlease-overeenkomsten van belang kunnen zijn.

Dwaling

In de Dexia-zaak en de Levob-zaak heeft de afnemer van het effectenleaseproduct een beroep gedaan op dwaling. Dat kwam erop neer dat de particuliere belegger zich niet heeft gerealiseerd dat een lening werd aangegaan en dat er restschuldrisico\\'s aan de overeenkomst kleefden.

De gerechtshoven hebben dat beroep op dwaling verworpen.

De Hoge Raad deelt dat oordeel. Het was voor de afnemers voldoende duidelijk dat een lening werd aangegaan, dat met het geleende geld voor risico van de afnemer werd belegd in effecten en dat het krediet met rente moest worden terugbetaald, ongeacht de waarde van de effecten bij het einde van de looptijd. Op essentiële punten was de afnemer door Dexia of Levob niet verkeerd ingelicht over de financiële risico\\'s.

De overeenkomst blijft dus in stand. Maar dat betekent niet dat op de aanbieder van zo\\'n effectenlease-product niet een bijzondere zorgplicht rust, zoals hierna wordt vermeld.

Misleidende reclame

In de Dexia-zaak en in de Aegon-zaak is aangevoerd dat de voor de producten gemaakte reclame misleidend was. De gerechtshoven hebben geoordeeld dat de brochures in deze zaken niet misleidend waren voor de gemiddeld geïnformeerde oplettende gewone consument, wat hier de wettelijke maatstaf is.

De Hoge Raad laat dat oordeel in stand.

Wet op het consumentenkrediet en het Besluit toezicht effectenverkeer

In de Aegon-zaak en in de Dexia-zaak is aangevoerd dat de effectenlease-overeenkomsten niet geldig zijn wegens strijd met de Wet op het consumentenkrediet of het Besluit toezicht effectenverkeer.

De Hoge Raad deelt het oordeel van de gerechtshoven dat dit niet het geval is.

Bijzondere zorgplicht

Kernpunt in alle drie zaken is de kwestie of op de aanbieder van een effectenleaseproduct een bijzondere zorgplicht rust om bij het aangaan van de overeenkomst indringend te waarschuwen voor de financiële risico\\'s, vooral het restschuldrisico.

De gerechtshoven hebben geoordeeld dat op de aanbieder van een effectenleaseproduct een bijzondere zorgplicht rust die meebrengt dat de afnemer in duidelijke en niet mis te verstane bewoordingen moet worden geïnformeerd over het aan de overeenkomst verbonden restschuldrisico bij tussentijdse beëindiging. De aanbieder moet ook onderzoek doen naar de financiële draagkracht van de afnemer. De hoven hebben beslist dat Dexia, Levob en Aegon in deze gevallen zijn tekortgeschoten in die bijzondere zorgplicht.

De Hoge Raad is het daarmee eens.

Die bijzondere zorgplicht hangt samen met de risicovolle aard van het effectenleaseproduct dat aan een breed publiek is aangeboden. Deze zorgplicht is niet afhankelijk van de bijzondere omstandigheden van de individuele particuliere afnemer. De verplichting de afnemer indringend te waarschuwen voor het restschuldrisico strekt ertoe de afnemer te waarschuwen tegen het lichtvaardig op zich nemen van onnodige risico\\'s.

Als de financiële positie van de afnemer destijds niet voldoende was om naar redelijke verwachting aan de betalingsverplichtingen uit de overeenkomst te voldoen, had de aanbieder moeten adviseren de overeenkomst niet aan te gaan. Deze zorgplicht gaat meestal niet zo ver dat de aanbieder verplicht kan zijn te weigeren de overeenkomst met een bepaalde afnemer te sluiten.

Schadevergoeding


In de Levob-zaak heeft het hof beslist dat Levob 60% van de restschuld èn de rente en aflossing moet vergoeden en dat 40% van de schade voor rekening van de afnemer blijft. Dat hangt samen met de constatering van het hof in die zaak dat Levob is tekortgeschoten in de verplichting om onderzoek te doen naar de financiële positie van de afnemer en dat de overeenkomst destijds een onevenredig zware last voor de afnemer vormde. In andere geschillen over effectenlease-overeenkomsten waarin de financiële positie van de particuliere afnemer gelijksoortig is aan die in de Levob-zaak, kan eenzelfde 60-40-verdeling worden aangehouden.

Beslissingen
In de Levob-zaak en de Aegon-zaak worden de cassatieberoepen verworpen. De uitspraken van het hof Amsterdam blijven in stand. Die uitspraken zijn dus definitief.

In de Dexia-zaak slaagt het cassatieberoep van de afnemer op enkele punten, omdat het hof  Arnhem niet had onderzocht of de afnemer ook (een deel van) de rente en aflossing vergoed moet krijgen. Daarom wordt deze uitspraak vernietigd en wordt de zaak verwezen naar het hof Amsterdam. Het hof Amsterdam moet die punten opnieuw behandelen.

Payback is van mening dat deze Dexia-zaak, die door het hof Amsterdam opnieuw in behandeling genomen moet worden, ook dezelfde uitkomst zal gaan krijgen als de nu door de Hoge Raad bekrachtigde vonnissen van de Levob- en Aegon-zaak.

Gedupeerden met een Sprintplan willen wij nogmaals wijzen op het aanbod dat de vereniging Payback en Stichting Spirit hebben gedaan. Alle deelnemers die bij Stichting Spirit zijn aangesloten kunnen tegen een zeer laag tarief een individuele procedure aanspannen, waarbij de kans van slagen door het huidige advies van de plaatsvervangend procureur generaal aan de Hoge Raad zeer groot is.

Voor bij Consument & Geldzaken en de Stichting GeSp aangesloten leden met een Sprintplan heeft Payback met Beursklacht een afspraak gemaakt dat zij zich kunnen aanmelden met de kortingscondities van Payback. Dit houdt in:

Voor deze aanmelding is een speciale prijs door Payback met Beursklacht overeengekomen: In plaats van € 775,- nu voor € 440,- all in.

Een voorwaarde is wel dat u binnen een termijn van 5 jaar na de totstandkoming van de overeenkomst een stuitingbrief heeft verstuurd. Mocht u tevens een beroep willen doen op het eegaverweer dan dient de niet-ondertekende partner binnen een termijn van 3 jaar een eega-vernietigingsbrief naar de aanbieder van de effectenleaseovereenkomst te hebben verzonden.

Indien u lid van Payback bent èn u bent aangesloten bij GeSp en of C&G voor het Sprintplan en of Groeivermogen dan krijgt u de reguliere ledenkorting van € 20,- en als extra korting draagt de vereniging Payback € 20,- bij voor de aanleg van uw dossier.

Als Payback-lid kunt u voor € 400,- een individuele procedure voor uw Sprintplan en/of Groeivermogen laten voeren.

Via deze webpagina kunt u zich aanmelden voor de individuele Sprintplan en/of Groeivermogen procedure klik hier

Met vriendelijke groet,

Vereniging Payback & Beursklacht

Woensdag 5 september 2007 - Haarlem

Eerste vonnissen inzake collectieve procedure jegens Aegon bekend

Onlangs heeft Beursklacht de eerste uitspraken van de Sector Kanton van de Rechtbank Leeuwarden mogen ontvangen inzake een collectieve procedure die Beursklacht namens gedupeerden voert jegens Aegon Financiële Diensten BV. De gevallen zijn individueel behandeld. Iedere eiser ontvangt hierdoor afzonderlijk een eigen vonnis.

Tot nu toe is uitspraak gedaan met betrekking tot enkele gevallen waarbij sprake was van het zgn. Eega Leaseverweer. Met betrekking tot deze gevallen heeft de rechter geoordeeld dat de overeenkomsten geldig (en tijdig) waren vernietigd door de echtgeno(o)t(e) cq. geregistreerde partner. Uiteraard is Beursklacht verheugd met het feit dat de procedures tot een voor haar klanten gewenst resultaat hebben geleid.

Als gevolg van de vernietiging van de overeenkomst(en) dient Aegon Financiële Diensten BV de door de gedupeerden betaalde inleg terug te betalen; eveneens bestaat geen restschuld vanwege de vernietiging. Wettelijke rente dient Aegon ook te betalen aan gedupeerden over de betaalde inleg; wettelijke rente dient te worden betaald vanaf het moment waarop de overeenkomst is vernietigd.

De volgende reeks vonnissen verwacht Beursklacht dus tussen nu en 30 november 2007. Klanten in wiens geval uitspraak is gedaan worden zo spoedig mogelijk door Beursklacht op de hoogte gesteld. Degenen in wiens geval reeds uitspraak is gedaan worden omtrent de verdere afwikkeling van de procedure nader geïnformeerd.  

 

Woensdag 22 augustus 2007 - Haarlem

Tariefwijziging Beursklacht

Per 1 september 2007 hanteert Beursklacht B.V. een nieuw tariefstelsel. Diverse veranderingen voert Beursklacht door in haar tarieven. Deze tarieven kunt u binnenkort vinden op onze website. Het onderscheid tussen collectieve en individuele procedures blijft bestaan. Sprake is van een verhoging van kosten van dienstverlening.

Diverse activiteiten die buiten beide procedures vallen kunnen ook door Beursklacht worden verricht. Een lijst van activiteiten (met bijbehorende tarieven) wordt één dezer dagen op onze website geplaatst. De nieuwe tarieven zijn van toepassing op overeenkomsten die tussen Beursklacht en u op of na 1 september 2007 tot stand komen.

 

Dinsdag 8 mei 2007

Eega leaseverweer - Beschermingsfunctie van het toestemmingsvereiste (1:88/1:89 BW)

Meestentijds merkt de Rechter de aandelenlease-overeenkomst aan als een overeenkomst tot huurkoop. Dit betekent dat de Sector Kanton van een Rechtbank bevoegd is tot afdoening van procedures inzake aandelenlease-overeenkomsten.

Voor de geldigheid van een overeenkomst tot huurkoop is vereist dat de echtgenoot cq. (geregistreerd) partner van degene die de overeenkomst in beginsel aangaat (mede) toestemming verleent aan het aangaan van de overeenkomst. Indien hier geen sprake van is, komt de echtgenoot cq. partner een beroep tot vernietiging van de overeenkomst toe op basis van artikel 1:88 juncto 1:89 van het Burgerlijk Wetboek.

Deze bevoegdheid is gebonden aan een verjaringstermijn. Op grond van artikel 3:52 lid 1 sub d BW bedraagt deze verjaringstermijn drie jaar. Van belang is nu de vraag op welk moment de verjaringstermijn aanvangt. De Sector Kanton van de Rechtbank heeft daartoe onlangs het volgende besloten:

LJN: BA3914, Rechtbank Amsterdam , DX 06-2756

"...8.2.3. Verjaring beroep op art. 1:88/89 BW

Voor het geval de echtgenoot van een afnemer een beroep heeft gedaan op de in art. 1:89 BW bedoelde vernietigbaarheid en Dexia de verjaring van dit beroep heeft ingeroepen, wordt overwogen als volgt. De verjaringstermijn voor dit beroep is op grond van art. 3:52 lid 1 sub d BW 3 jaar. De termijn vangt aan op het moment dat degene aan wie de bevoegdheid tot vernietiging toekomt bekend wordt met de overeenkomst. Niet noodzakelijk is dat deze bekend is met de juridische kwalificatie van die overeenkomst (vgl. HR 5 januari 2007, RvdW 2007, 68 en LJN: AY8771). De bekendheid van de echtgenoot met de lease-overeenkomst zal onder meer kunnen worden afgeleid uit betalingen van op grond van die overeenkomst verschuldigde bedragen die hebben plaatsgevonden vanaf de en/of-bankrekening die op naam van beide echtgenoten stond. Indien zodanige betalingen hebben plaatsgevonden moet ervan worden uitgegaan dat de echtgenoot op de hoogte was van de lease-overeenkomst, met ingang van de ontvangstdatum van de bankafschriften waarop die betalingen staan vermeld. Dan is 3 jaar later het beroep verjaard. De stelling van Dexia dat er in de Nederlandse gezinsverhoudingen van uitgegaan mag worden dat de echtgenoot er steeds van op de hoogte is wanneer de partner investeringen zoals de onderhavige doet moge in veel gevallen juist zijn maar is onvoldoende om deze bekendheid ook aan te nemen in gevallen waarin de afnemer heeft betwist dat dit ook voor hem en de echtgenoot gold. Van de afnemer mag in het kader van deze betwisting verlangd worden dat hij gemotiveerd aangeeft wanneer en aan de hand van welke feiten de echtgenoot voor het eerst kennis heeft genomen van de lease-overeenkomst(en). Bij een voldoende gemotiveerde betwisting ligt het op de weg van Dexia om feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit volgt dat het recht om de vernietiging van art. 1:89 BW in te roepen is verjaard..."

De verjaringstermijn vangt dus aan op het moment dat de echtgenoot cq. (geregistreerd) partner bekend raakt met het bestaan van de overeenkomst. Deze bekendheid wordt in rechte verondersteld, indien de financiële instelling bedragen gedaan in het kader van de overeenkomst heeft afgeschreven van een zgn. "en/of"-bankrekening. Niet vereist is dat de echtgenoot cq. (geregistreerd) partner bekend is met de juridische kwalificatie van de overeenkomst.

Indien uw betalingsverplichtingen in het kader van de overeenkomst werden voldaan vanuit een zgn. "en/of"-bankrekening, wordt verondersteld dat uw echtgenoot cq. (geregistreerd) partner dus destijds, vanaf het moment dat daartoe een afschrift ter beschikking is gesteld, bekend was met het feit dat u een aandelenlease-overeenkomst bent aangegaan.

Wat betreft de bevoegdheid tot het vernietigen van de overeenkomst door uw echtgenoot geldt dus het volgende: een vernietigingsbrief dient dus binnen de verjaringstermijn te worden toegestuurd aan de financiële instelling zijnde uw wederpartij bij de overeenkomst.

Het Eega leaseverweer is een argument dat wij gebruiken in gedurende de procedures. Indien de bevoegdheid tot vernietigen bestaat, of in die zin dat tijdig gebruik is gemaakt van de bevoegdheid tot vernietigen, is de kans bijzonder groot dat de Rechter besluit de overeenkomst te vernietigen (op grond van artikel 1:88 juncto 1:89 Burgerlijk Wetboek.

Donderdag 26 april 2007 - Haarlem
 

Conclusie van Dupliek inzake de Aegon-procedure
 

Vanwege de diverse e-mailberichten die wij in goede orde van onze klanten hebben ontvangen, volgt hieronder een nadere toelichting met betrekking tot de Conclusie van Dupliek inzake de Aegon-procedure.

Het document dat wij aan uw dossier hebben toegevoegd is de Conclusie van Dupliek. Dit betreft een processtuk dat is geschreven door Aegon*. Door middel van dit stuk probeert Aegon de argumenten die wij hebben gebruikt in de Conclusie van Repliek te weerleggen.

Wij willen gaarne benadrukken dat het processtuk is geschreven door onze tegenpartij. Het betreffende stuk is geen weergave van de opinie van de Rechtbank jegens onze argumenten. Aegon probeert onze argumenten te weerleggen. Vandaar dat het stuk een opinie bevat die negatief is met betrekking tot de door ons aangevoerde argumenten. Het document heeft geen betrekking op de uitspraak van de rechter. De rechter beoordeelt uw zaak op basis van de door ons en door Aegon aangevoerde argumenten.

Wij benadrukken dat wij nog steeds alle vertrouwen uitspreken met betrekking tot de door ons gebruikte argumenten. De laatste tijd zijn deze argumenten in een divers aantal uitspraken gehonoreerd door de rechter. In een aantal zaken is de gehele inleg terugbetaald en de gehele restschuld kwijtgescholden.

Wij hopen dat wij u als betrokkene hiermee voldoende hebben geïnformeerd. Verder wachten wij nu op een uitspraak van de rechter. Zodra hier omtrent nieuws bekend wordt, laten wij dit u zo spoedig mogelijk weten.

 * Aegon Financiële Instellingen B.V. kantoorhoudende te Leeuwarden

Donderdag 26 april 2007 - Haarlem

Brief Dexia met betrekking tot “Opt-out-verklaring niet mogelijk”

Diverse cliënten van ons hebben een brief van Dexia ontvangen. In deze brief stelt Dexia dat cliënten niet gerechtigd zijn om een “Opt-Out”-verklaring bij hen in te dienen. Dit betreft een standaardreactie van de kant van Dexia. Dexia stuurt deze brief naar nagenoeg alle cliënten die hen een “Opt-Out”-verklaring hebben toegestuurd. In de brief wordt niet eenduidig aangegeven waarom voor de betreffende cliënt niet de mogelijkheid bestaat om een “Opt-Out”-verklaring in te dienen.

In de Wet Collectieve Afwikkeling Massaschade staan diverse gronden opgesomd waarop een klant niet langer gerechtigd is om “Opt-Out” verklaring in te dienen bij een financiële instelling. In haar brief heeft Dexia niet specifiek per cliënt aangegeven op welke grondslag de betreffende cliënt daartoe geen recht meer zou hebben.

Aangezien Dexia de betreffende standaardbrief naar nagenoeg alle cliënten heeft verstuurd die bij hen een verklaring hebben ingediend, vermoeden wij dat dit wederom een actie van Dexia is om de procedure te vertragen. Wij raden u nadrukkelijk aan om geen reactie en/of gevolg te geven aan de ontvangst van deze brief. Intern beraden wij ons reeds of wij Dexia een reactie op de brief moeten doen toekomen. Wij houden u wat dat betreft op de hoogte. Zodra nieuws bekend is met betrekking tot de handelingen van Dexia inzake de brief, laten wij u dit zo spoedig mogelijk weten.    

Woensdag 25 april 2007 -Haarlem

Beëindigingvoorstel Aegon

Diverse Beursklacht klanten hebben onlangs een brief ontvangen van Aegon. Aegon doet u hierin een aanbod tot het treffen van een regeling overeenkomstig de Duisenberg Regeling. De bedragen die u oorspronkelijk volgens hen dient te betalen worden verminderd conform deze regeling.

In het schikkingsvoorstel staat vermeld dat Aegon en u “elkaar volledige en onherroepelijke kwijting met betrekking tot alle vorderingen, die zowel direct als indirect, verband houden met de Vliegwielovereenkomst”. Indien u akkoord gaat met de regeling, doet u afstand van uw vordering op Aegon. Hierdoor verliest u uw recht tot het voeren van een procedure tegen Aegon. Indien u voornemens bent om uw procedure voort te zetten, raden wij u aan de door Aegon toegestuurde antwoordcoupon niet in te vullen.

Een voordeel voor u is, indien u ingaat op het door Aegon gedane aanbod, dat u direct zekerheid verwerft met betrekking tot uw contractuele verplichtingen jegens Aegon. Ondanks dat adviseren wij u om niet in te gaan op het aanbod en uw procedure voort te zetten. In dat kader kan namelijk het volgende worden aangevoerd. Recentelijk is sprake van een aantal positieve ontwikkelingen binnen de rechtspraak met betrekking uw problematiek. In onze dagvaarding(en) gebruiken wij een divers aantal argumenten ter onderbouwing van onze vordering. In een aantal uitspraken zijn soortgelijke argumenten recentelijk door de rechter gehonoreerd.  In een aantal gevallen is de gehele inleg van de gedupeerde terugbetaald en de gehele restschuld kwijtgescholden. Wij zijn derhalve van mening dat u niet akkoord dient te gaan met het schikkingsvoorstel. Bovendien leert de ervaring ons dat in gevallen waarin een uitspraak negatief uitvalt voor een gedupeerde, de rechter een regeling, voorgesteld door de financiële aan gedupeerde, deze regeling als ondergrens aanmerkt en in die zin ook toewijst aan gedupeerde.

Wij zijn van mening dat in dit geval de kans op een voor u succesvol einde via een gerechtelijke procedure groter is dan de kans op een voor u nadelige uitkomst, in die zin, dat deze uitkomst lager uitvalt dan hetgeen u via de regeling is aangeboden door Aegon.